top of page

De mythe van de maakbaarheid

26 aug
5 minuten om te lezen

Op Instagram kwam ik het verhaal weer tegen. Helen Hadsell, "de contest queen", die in haar leven duizenden wedstrijden won: een huis, auto's, reizen, puur door te geloven in eigen kunnen. Visualiseren, verwachten, ontvangen. Het scherm toonde haar als bewijs: geloof sterk genoeg, en de realiteit plooit zich naar je wil.

Het klinkt te mooi om waar te zijn. En dat is het ook.

Wat er niet bij stond: Hadsell won bijna tien jaar lang nauwelijks iets. De doorbraak kwam pas nadat ze een correspondentiecursus in "contest writing" volgde, en ontdekte waar jury's toen echt naar op zoek waren: originele woordspelingen, humor, net dat tikkeltje anders dan de rest. "Pun for the money", zei ze het zelf ooit. Haar man hielp mee met schrijven. Het was een vaardigheid, geoefend en verfijnd over jaren, gecombineerd met inzicht in hoe een jury denkt. Pas daarna, met het succes al binnen, kwam het verhaal over visualisatie en mentale kracht erbij. Niet als verklaring vooraf. Als verpakking achteraf.

De mindset die zichzelf tegensprak

Dezelfde beweging zie je bij Napoleon Hill, de man achter Think and Grow Rich, misschien wel het invloedrijkste boek in het genre. Zijn these: rijkdom is in de eerste plaats een kwestie van mindset, van geloof, van "burning desire". Denk er sterk genoeg over, en het geld volgt.

Het populaire verhaal wil dat Hill zelf straatarm stierf, de perfecte, wrange bevestiging dat zijn eigen theorie niet klopte. De feiten liggen genuanceerder: bij zijn dood in 1970 had hij naar schatting zowat een miljoen dollar op zak, geen kleine som. Maar wat wél klopt, en eigenlijk veelzeggender is: Hill bouwde tijdens zijn leven meermaals een fortuin op, en verloor het telkens weer. Op het einde moest hij financieel gered worden door een zakenpartner. De man die decennialang predikte dat de juiste mindset je financiële lot bepaalt, kon zijn eigen mindset blijkbaar niet inzetten om simpelweg zijn geld te houden.

Twee verschillende verhalen, hetzelfde patroon: een overtuiging die pas ná het succes (of, bij Hill, ondanks het herhaalde verlies ervan) wordt opgebouwd tot verklarend model, en die vervolgens wordt doorverkocht als voorspellende formule.

De moderne goudzoekers

Dat patroon stopte niet in de vorige eeuw. Kijk naar de mindset-industrie van vandaag, ook bij ons. Michael Pilarczyk, bekend van Master Your Mindset, verkocht van dat boek en zijn opvolger meer dan zeshonderdduizend exemplaren, en bouwde daarnaast een businessmodel op van theatershows, een coachingacademie en een meditatie-app. Carl Van de Velde vulde in drie decennia tijd zalen met meer dan tweehonderdzestigduizend deelnemers aan zijn seminars over mindset en ondernemerschap, naast zijn eigen businessacademie en boeken. Niets daarvan hoeft oneerlijk te zijn, en niemand hoeft te twijfelen aan de energie of overtuigingskracht van wie het brengt.

Maar kijk naar waar het geld daadwerkelijk vandaan komt. Niet uit de spectaculaire, herhaalbare toepassing van de eigen methode in een willekeurige markt (een mindset-goeroe die zijn fortuin bijvoorbeeld zelf zou vergaren door, pakweg, een onbekende sector te veroveren met niets dan zijn eigen leer). Het geld komt uit de verkoop van de methode zelf: het boek, het ticket, het lidmaatschap, de app. Er is op zich niets mis met een verdienmodel gebaseerd op kennisoverdracht. Maar het is een cruciaal verschil met het verhaal dat wordt verkocht, namelijk dat jij, met dezelfde mindset, hetzelfde resultaat kan behalen. Zij verkopen, in de kern, de schop en de zeef. Niet het goud.

Het meest hardnekkige voorbeeld is intussen twintig jaar oud. The Secret, Rhonda Byrne's boek over de wet van aantrekking, verscheen in 2006 en stond meer dan tweehonderd weken bovenaan de bestsellerlijsten. Twintig jaar later is het allesbehalve verdwenen: er kwam een jubileumeditie, en Byrne brengt tot op vandaag nieuwe boeken uit over hetzelfde thema. Geen kortstondige rage, maar een idee dat zich decennialang staande houdt, ondanks dat de onderliggende claim (denk aan iets, en het universum levert het) nooit hard gemaakt is.

Wat die hardnekkigheid mee in stand houdt, heeft een naam: survivorship bias. We horen keer op keer het verhaal voor wie het wél "werkte": de vrouw die visualiseerde en haar droomhuis kreeg, de ondernemer die "in flow" kwam en zijn omzet verdubbelde. Wat we nooit horen, zijn de duizenden verhalen van wie exact hetzelfde deed en niets kreeg. Die mensen schrijven geen boek, geven geen lezing, staan niet op het podium. Ze verdwijnen stilletjes uit het verhaal, waardoor het overblijvende beeld een schril vertekend beeld geeft: alsof de methode werkt, terwijl je in werkelijkheid alleen de zeldzame gevallen ziet waarin toeval, timing of iets heel anders (bij Hadsell was dat een geleerde schrijfvaardigheid) toevallig samenviel met het geloof erin.

De afweer tegen machteloosheid

De vraag die overblijft, is niet waarom er mensen zijn die dit verkopen. Verleiding om te verkopen wat mensen willen horen, bestaat in elke sector. De interessantere vraag is waarom zoveel slimme, kritische mensen (ondernemers, zoekers, mensen die op andere vlakken van hun leven heus wel kunnen doorzien wanneer iets te mooi klinkt) hier toch intrappen, en de schop en de zeef kopen.

Niet enkel uit financiële honger. Onder die aankoop zit een veel dieper verlangen: het verlangen om grip te voelen op een leven dat, eerlijk bekeken, grotendeels ongrijpbaar is. De realiteit is onvoorspelbaar, willekeurig, soms ronduit tragisch. Er is ziekte die niet vraagt of je het verdient. Er is markteconomie die zich niet stoort aan je inzet. Er is verlies dat komt zonder aankondiging. Magisch denken en mindset-training bieden daartegenover een geruststellende illusie: dat de wereld, met de juiste innerlijke instelling, wél maakbaar is. Als ik het maar goed genoeg wil, gebeurt het. Dat is geen oppervlakkige naïviteit. Het is een begrijpelijke, menselijke vlucht voor iets dat existentieel gezien vrijwel niemand goed verdraagt: het besef dat we, ondanks alle inspanning, nooit volledige controle hebben.

Het ontstaan van het spirituele False Self

Wie die illusie eenmaal heeft omarmd, betaalt daar een prijs voor die zelden wordt benoemd. Om het geloof in de eigen maakbaarheid overeind te houden, moet je immers voortdurend positief blijven, want twijfel, somberheid of woede worden binnen dat kader al snel gelezen als "een lage energie" die het gewenste resultaat in de weg staat. Zo ontstaat een nieuwe, verplichte buitenkant: altijd dankbaar, altijd in "hoge frequentie", altijd bezig met manifesteren. Een spiritueel aangepast zelf, dat zich niet langer aanpaste aan een ouder of een partner, maar aan de methode zelf.

De prijs is dat legitieme tegenslag, rouw of woede geen plaats meer krijgen. Verdriet om een verlies wordt dan niet gewoon verdriet: het wordt een probleem, iets dat "de verkeerde dingen aantrekt" en dus zo snel mogelijk moet worden omgebogen naar dankbaarheid. Wie zich hierin verliest, vervreemdt niet van een ouder patroon, maar van iets veel actuelers: het eigen, volledige gevoelsleven, ingeruild voor een uitgeklede versie die binnen de methode past.

De schuld-inversie als genadeslag

En dan komt het moment waarop de methode, ondanks alle inzet, toch niet oplevert wat beloofd werd. De baan komt er niet. De ziekte trekt niet weg. De relatie herstelt niet. Binnen een kader waarin geloof en inzet de uitkomst zouden moeten bepalen, is er dan maar één mogelijke conclusie: het ligt aan mij. Mijn frequentie was niet hoog genoeg. Ik geloofde niet hard genoeg. Ik liet, ergens, twijfel toe.

Dat is de genadeslag. Niet alleen wordt de tegenslag zelf niet erkend als wat ze is (willekeurig, oneerlijk, soms gewoon pech), de tegenslag wordt ook nog eens omgezet in een oordeel over het eigen karakter. Slaag je, dan bewijst dat de methode, en de goeroe krijgt de eer en jouw geld. Faal je, dan ligt het aan jou. Zo verschuift alle verantwoordelijkheid voor pech, ziekte of gewoon willekeurige tegenslag volledig naar het individu, en eindigt iemand die op zoek was naar meer grip op het leven, uiteindelijk met minder grip op zichzelf dan ooit: vervreemd van het eigen, legitieme gevoel, en overtuigd dat zelfs dat nog een persoonlijk falen is.

Dat is precies het tegenovergestelde van wat groei existentieel gezien vraagt. Niet de illusie dat je alles in de hand hebt. Wel het geleidelijk kunnen verdragen van wat je niet in de hand hebt, inclusief de pijn, de twijfel en de woede die daarbij horen, zonder daar meteen een oordeel over jezelf aan te plakken. _______________________________________________________________________________________________________________

Geïnspireerd door het werk van Irvin Yalom en Emmy van Deurzen.

Opmerkingen


© 2026 by Praktijk Meander

bottom of page