De druppel
- 22 apr
- 4 minuten om te lezen
Op het spiegelkastje boven de wastafel plakt ze elke ochtend hetzelfde soort briefje. Vandaag staat er: Ik trek alleen nog goede dingen aan. Ze leest het hardop, twee keer, terwijl achter haar de douchekop nog altijd lekt — al drie weken, sinds de loodgieter niet kwam opdagen na de laatste storm in haar dossier: de auto die het begaf net toen ze eindelijk weer wat spaargeld had, de huisbaas die de verwarming niet liet nakijken, de relatie die voor de derde keer op dezelfde manier stukliep. Op de keukentafel ligt een stapel enveloppen die ze nog niet heeft geopend. Ze pakt haar tas, kijkt nog één keer in de spiegel en zegt tegen zichzelf dat vandaag een goede dag wordt.
Ze gelooft het ook, op het moment dat ze het zegt. Dat is het rare. Het went nooit helemaal, dat geloven, en toch doet ze het elke ochtend opnieuw, met dezelfde inzet als de vorige keer dat het niet hielp.
Een leven vol lampjes die ze heeft leren negeren
Wie van buitenaf naar haar leven kijkt, ziet vooral pech. De verkeerde mensen op de verkeerde momenten, deuren die net dichtvielen toen ze er doorheen wilde, een reeks kleine rampen die zich met een hardnekkige regelmaat blijft herhalen. Zijzelf noemt het pech ook, en soms slechte keuzes — meestal in één adem, alsof de twee elkaar min of meer opheffen en er verder niets te onderzoeken valt.
Wat ze zelden doet, is stilstaan bij het patroon zelf. Elke keer dat er iets instort, is haar eerste beweging niet om te kijken wat er precies is misgegaan, maar om zo snel mogelijk een nieuwe, positievere lezing van de situatie te vinden. De relatie die weer stukliep, wordt "een les die ze nodig had". De auto die het begaf, wordt "het universum dat haar op een ander pad zet". Ergens onder die woorden zit een signaal dat probeert te zeggen dat er iets structureels misgaat, iets dat om echte aandacht vraagt. Ze plakt dat signaal elke keer opnieuw af met een zin die beter klinkt dan wat ze voelt.
Waarom de affirmaties niet aanslaan
Er bestaat onderzoek naar precies dit mechanisme. Wood, Perunovic en Beebe vonden in 2009 dat positieve zelfspraak niet bij iedereen hetzelfde effect heeft. Bij mensen met een fragiel zelfbeeld maakt een zin als "ik ben een sterke, waardevolle vrouw" de stemming eerder slechter dan beter, omdat het brein die zin onmiddellijk toetst aan wat het al over zichzelf gelooft. Hoe groter de kloof tussen de bewering en het onderliggende gevoel, hoe scherper die kloof voelbaar wordt op het moment dat de bewering wordt uitgesproken.
Dat verklaart iets van wat er bij haar gebeurt elke ochtend na het briefje op de spiegel: een kort moment van opluchting, gevolgd door een leegte die iets dieper zit dan daarvoor. Niet omdat de affirmatie zelf onzin is, maar omdat ze wordt ingezet als vervanging voor iets dat eigenlijk bekeken moet worden, in plaats van als aanvulling erop.
De vrouw die zichzelf voortdurend bijstuurt
Byung-Chul Han beschrijft hoe mensen zichzelf tegenwoordig minder uitputten door verboden van buitenaf, en meer door een overmaat aan verondersteld mogelijke positiviteit. Alles kan beter bekeken worden. Elke tegenslag is ergens ook een kans, als je er maar de juiste blik op weet te vinden. Wie in die logica leeft, verliest langzaam het recht om iets gewoon zwaar te vinden zonder er meteen een les uit te persen.
Zij doet dat al jaren. Ze werkt hard, springt bij waar ze kan, vindt voor elke tegenslag een verhaal waarin zij uiteindelijk de veerkrachtige is. Wat daarbij verdwijnt, is de ruimte om simpelweg moe te zijn, of boos, of teleurgesteld in mensen en omstandigheden die haar keer op keer in de steek lieten. Die ruimte is niet overbodig. Ze is precies waar herkenning van een patroon zou kunnen beginnen.
Waarom de crisis zelf niet het probleem is
Kazimierz Dąbrowski zag in innerlijke onrust iets heel anders dan een storing die zo snel mogelijk weggewerkt moest worden. Voor hem waren twijfel, verwarring en zelfs een crisis de voorwaarde voor een dieperliggende herordening van wie iemand is. Elke keer dat zij een nieuwe klap positief herkadert voordat ze de kans heeft gehad om echt te voelen wat er kapot is, slaat ze in feite dat proces over. Ze bouwt de gevel snel weer op, maar het fundament eronder blijft ongewijzigd — en dus komt de volgende klap, ergens, met dezelfde regelmaat als voorheen.
Het patroon van drama's is dan niet louter pech, en ook niet simpelweg een reeks slechte keuzes die ze had moeten vermijden. Het is een leven waarin telkens dezelfde onderliggende vraag onbeantwoord blijft, omdat de positiviteit er als eerste overheen wordt gelegd, voordat de vraag zich goed heeft kunnen vormen.
Vanavond
Ze zit aan de keukentafel met de stapel enveloppen voor zich. Ze pakt er niet meteen een sticky note bij. Ze opent de eerste envelop, leest wat erin staat, en blijft even zitten met wat het met haar doet — geen herformulering, geen zin die het dragelijker maakt, gewoon het gegeven zoals het er ligt.
Normaal zou ze hier al een verhaal bij hebben. Weer pech, weer een verkeerd moment, weer iemand die haar liet zitten. Nu blijft het even stil in haar hoofd, en in die stilte hoort ze zichzelf een andere vraag stellen dan anders: hoe vaak heeft ze dit nu al meegemaakt, in net iets andere vorm, met net iets andere mensen. Het is geen inzicht dat alles verklaart. Het is meer een lichte onrust, een vermoeden dat ze tot nu toe altijd wegwuifde met een nieuw briefje op de spiegel.
Boven druppelt de douche nog steeds. Ze hoort het geluid, en voor het eerst in weken vraagt ze zich niet af hoe ze dat positief zou kunnen bekijken. Ze vraagt zich af hoe lang ze het al laat druppelen, en waarom ze dat eigenlijk toestaat.
______________________________________________________________________________________________________________
Verdieping: Byung-Chul Han — "De vermoeide samenleving" ; Kazimierz Dąbrowski — "Personality-Shaping Through Positive Disintegration" ; Wood, Perunovic & Beebe (2009) — "Positive Self-Statements: Power for Some, Peril for Others", Psychological Science



Opmerkingen