top of page

Niet elke rust is vrede

1 jul
3 minuten om te lezen

Voor de derde keer in vijf jaar zit hij in de wachtkamer. De dokter hoeft het dossier niet meer open te klappen — ze kent het ritme ondertussen. Vermoeidheid. Lusteloosheid. Dat gevoel van "ik functioneer nog, maar er is niets meer achter."

"Ik denk dat ik opnieuw depressief aan het worden ben," zegt hij. "Of een burn-out. Weer."

Weer. Het woord hangt even in de kamer. De vorige keren waren er ook oplossingen. Ze hebben gewerkt — een tijdje. En dat is precies wat de dokter nu hardop opmerkt: wat eerder hielp, heeft niet standgehouden. Dus deze keer iets nieuws. Iets met goede papieren. "Een veelbelovende therapie," zegt ze, "specifiek ontwikkeld tégen terugval bij depressie." MBCT. Mindfulness-Based Cognitive Therapy. Het klinkt gedegen, want dat is het ook. Er is onderzoek. Er zijn cijfers.

Hij begint.

De sessies zijn precies wat ze beloven te zijn. Een kring stoelen. Een begeleider met een rustige stem die vraagt om de aandacht naar de ademhaling te brengen, "zonder oordeel." Een rozijn die minutenlang wordt bekeken, gevoeld, geproefd, alsof hij hem voor het eerst in zijn leven ontmoet. Gedachten die opkomen: "ik faal, ik hou dit niet vol, ik ben moe van mezelf", en die hij leert benoemen als "gewoon gedachten," gewoon "wolken" die voorbijtrekken, geen waarheden.

Het werkt. Zo voelt het alleszins wel. Week na week wordt de kring in zijn hoofd - de piekergedachte die naar de volgende piekergedachte grijpt tot hij vastzit in het oude, vertrouwde moeras - iets minder grijpend. Hij observeert de golf alleen maar, in plaats van erin mee te gaan. Hij slaapt beter. Hij glimlacht weer op familiefeestjes. De dokter noteert tevreden: significante verbetering.


Vijf maanden later ligt hij op de sofa.

Pizzadozen, drie hoog, op de salontafel. Glazen met een gedroogde ring wijn op de bodem. Een zak chips ligt open in zijn hand als avondmaal, en hij eet zonder te proeven, met de blik op een scherm dat hij niet volgt. Niemand heeft hem hierheen gebracht. Er was geen crisis, geen aanleiding die je met een vinger kan aanwijzen. Het moeras heeft hem gewoon teruggevonden, rustig, zonder aankondiging. Zoals het dat altijd doet.

Hij observeerde de golf, precies zoals hem geleerd was. Wat niemand hem vertelde: je kan een golf heel bekwaam leren observeren, en toch nooit vragen waarom de zee zo onstuimig is.


Want mindfulness traint de aandacht. Het leert je de piekergedachte niet te voeden, de spiraal niet in te stappen. Dat is geen kleine verdienste — voor sommige mensen is dát precies genoeg, omdat hun somberheid werkelijk een kwestie is van een denkpatroon dat op hol slaat. Maar bij hem gaat het niet om een denkpatroon dat toevallig op hol slaat. Er is geen defect in de bedrading. Er is een leven dat al decennia wordt geleefd volgens de voorwaarden van anderen — een leven waarin hij ooit, heel vroeg, geleerd heeft dat hij pas gezien werd als hij presteerde, aanpaste, geen last was. Fromm zou zeggen: hij is op de vlucht geslagen voor zijn eigen vrijheid, en heeft daar comfort voor teruggekregen. De vermoeidheid is niet zijn probleem. De vermoeidheid is het enige eerlijke signaal dat een leven geeft dat al veel te lang niet van hemzelf is.

Mindfulness vraagt hem: kijk naar de gedachte, en laat ze los. Maar deze gedachte was geen ruis. Ze was een boodschap. En je kan een boodschap heel vaardig leren negeren, maar dat heet dan geen genezing, dat heet oefening.


Dat is de existentiële rekening die niemand in de spreekkamer opmaakt: duurzaamheid ontstaat niet doordat een therapie "bewezen effectief" is, maar doordat haar werkzame mechanisme toevallig raakt aan de laag waarop het lijden zich werkelijk afspeelt. Mindfulness zou daar thuis zijn bij een probleem dat zuiver in de aandacht zelf zit, losstaand van geschiedenis of levensvorm. Maar hoe vaak bestaat dat, werkelijk geïsoleerd? Vraag door bij vermoeidheid, bij overspannenheid, bij de somberheid die telkens terugkeert, en zelden vind je een oorzaak die stopt bij "een denkpatroon dat toevallig op hol slaat." Meestal vind je een spoor terug naar een leven dat al lang niet meer klopt met wie iemand is. De uitzondering - het geval waarin er werkelijk niets dieper ligt - is zeldzamer dan de statistiek doet vermoeden. En bij een leven dat gebouwd is op een fundament dat nooit van hemzelf was, is elke techniek die hem beter leert functioneren binnen dat fundament - hoe zorgvuldig ook - een steun voor de muur die eigenlijk moet vallen.

Niet elke rust is vrede.

Sommige rust is een geslaagde verdoving. ________________________________________________________________________________________________________________

Geïnspireerd door Erich Fromm, Kazimierz Dąbrowski, Irvin Yalom

Opmerkingen


© 2026 by Praktijk Meander

bottom of page